Bibliotheek – Personage

Hier vind u boeken die één of meerdere Ketelaar(s) als personage opvoeren. Dit kunnen (historische) Ketelaars zijn of fictieve Ketelaars. Mocht u een aanvulling weten? Mail deze dan naar ons!

Mijn here van Mallegem

Het Oude Nederlandsche Lied

Het Mijnheerken van Maldegem is één van de teksten in het “Het oude Nederlandsche lied. Deel 1” van Florimond van Duyse. Het 11e van de 246 liederen is getiteld “Mijn here van Mallegem”. In variant C van de lied worden 36 ( XXXVI ) “Keteleir” opgevoerd die me proberen te beroven. De voetnoot meldt: Keteleir, ketellapper, rondzwervende, slechte kerel.[p. 78]

De tekst luidt als volgt:

(meer…)

Waartoe zou dan al die moeijte zijn – Het bedrijf van een Groninger kofschipkapitein 1820 – 1852

H.J. Ketelaar (voornamen Hendrik Jans) was schipper op verschillende kofschepen en heeft door geheel Europa gevaard. De informatie in het museum is voor het belangrijkste gedeelte afkomstig uit de publicatie “Waartoe zou dan al die moeijte zijn – Het bedrijf van een Groninger kofschipkapitein 1820 – 1852” (zie ook de bibliotheek van het museum). De afbeeldingen hieronder zijn ook uit deze publicatie overgenomen.

(meer…)

Op bezoek bij de Groot-Mogol

In de 17de en 18de eeuw importeerde de VOC uit Azie niet alleen specerijen uit Indonesië, maar ook vele miljoenen katoenen en zijden stoffen uit India. In het Mogol-rijk, dat het grootste deel van het huidige India, Pakistan en Bangladesh omvatte, waren meer dan drieduizend compagniesdienaren werkzaam. Om handel te mogen drijven waren firmans of ‘gunstbrieven’ van de Groot-Mogol nodig, waarin de handelsprivileges van de VOC werden vastgelegd. Wanneer een nieuwe Groot-Mogol aantrad, moest de gunstbrief worden vernieuwd.

(meer…)