GALERIJ  


reageren
 

BURGEMEESTER KETELAAR - WARMOND

Fragment uit "Trekpleister in oorlogstijd Warmond '40 - '45" van Hein van Dam; aangeleverd door André van Dam van het Historisch Genootschap Warmelda.

Burgemeester Ketelaar

 

Huis van Ketelaar

 

 

 

Burg. Ketelaarstraat (2004)

 

De volgende dag, 5 september 1944. Dolle Dinsdag. In nog niet bevrijd Nederland denken velen dat de Duitsers heel snel hun biezen zullen pakken en dat de bevrijding bijna een feit is. Ook in Warmond denken velen er zo over en heerst er een begin van een feeststemming. Een niet aflatende geruchtenstroom doet iedereen geloven dat de geallieerden de Duitsers onder de voet zullen lopen. De Duitse bewakers van de gevangenis aan het Haagse Veer slaan op de vlucht. Een agent opent de celdeur en overhandigt Van Elburg een rozenkrans en een kerkboek. Wie zal de afzender zijn? Verwonderd pakt de Warmonder deze geschenken aan. Als hij in het kerkboek bladert, valt er een briefje uit.
'Blijf ontkennen,' leest hij.

Wat is er gebeurd? Het verzet, dat aan drukker Van Elburg zoveel te danken heeft, laat de Warmonder niet in de steek. Als de Duitsers zijn weggevlucht weet 'tante Bertha', schuilnaam voor een communistische verzetsstrijdster, de Haagse gevangenis binnen te dringen, opent de dossierkast en verduistert het volledige dossier van Van Elburg.
Een week lang wordt de drukker niet meer verhoord. Een verhuizing naar de Heemraadsingel in Rotterdam volgt. Dan wordt Van Elburg weer uit zijn cel gehaald. Tegenover hem staan Duitsers die hij niet kent. Een nieuwe ploeg militairen blijkt na Dolle Dinsdag in de Rotterdamse gevangenis terug te zijn gekeerd. 'Waarom zit u hier?' vragen ze hem. Van Elburg doorziet razendsnel de situatie. 'Ik had een illegaal blaadje in mijn zak, dat ik op straat gevonden heb,' antwoordt hij de Duitser. Naarmate het verhoor vordert, wordt de Warm onder al snel duidelijk dat de Duitsers niet meer beschikken over voor hem belastende informatie. Zij kunnen niet anders dan Van Elburg weer vrijlaten. Een week na Dolle Dinsdag keert de drukker in Warmond terug.

Ondanks deze verheugende thuiskomst is Warmond in diepe rouw gedompeld. Iedereen in het dorp is diep geschokt. In de gemeente zijn de gebeurtenissen in een stroomversnelling geraakt. Burgemeester Ketelaar is op 6 september door de Duitsers achter de Oude Toren geëxecuteerd. Hoe heeft dit alles kunnen gebeuren? Een reconstructie.

Op zondag 3 september 1944 is Parijs bevrijd, 4 september is Antwerpen aan de beurt. Dinsdag 5 september klinkt het via de BBC door de ether 'Breda Bevrijd'. De geruchtenmachine is in gang gezet: 'Den Haag is vrij, Delft ook al,' zo menen velen te weten.
Inwoners van Warmond rennen naar de Rijksweg, sommigen gewapend met Engelse of Nederlandse vlaggetjes.

Niet alleen de Nederlanders geloven dat al het leed nu voorbij is. Ook de Duitsers die in Warmond verblijven verkeren in de veronderstelling dat de oorlog voorbij is. Een hoge officier belt vanuit Den Haag naar Huize Menten. Zijn vrouw neemt op: 'Ik heb destijds veel voor uw man gedaan, is hij niet tot een wederdienst bereid door mij te helpen wegkomen.' Als Menten dit van zijn vrouw hoort, komt hij snel vanuit zijn onderduikadres uit Oegstgeest naar Warmond. De voormalig bankier bespreekt het nieuws met buurman Meddens en verneemt dat wethouder Oudshoorn in Den Haag zit.

Bovendien is burgemeester Ketelaar op advies van het verzet ondergedoken, eerst bij gemeentebode Stekers, later bij familie Weisse in Huize Middendorp. Het hoofd van de gemeente heeft een dag daarvoor een Duits officier zijn medewerking geweigerd paarden bij de boeren te vorderen. Warmond zit dus zonder gemeentebestuur, net nu het erom gaat spannen. Wat nu?
Menten besluit met de Duitsers op het seminarie te gaan onderhandelen, om onnodige gevechten te voorkomen als straks de geallieerden Warmond bereiken. Hij zoekt in elk geval geen contact met het verzet. Later zal hem hiervoor uit verzetskringen 'voortijdig handelen' verweten worden. Tezamen met Auke Steensma fietst hij naar het Philosophicum, begeeft zich naar de Ortskommandant en stelt hem voor de wapens niet op te nemen.

'Wij zullen u niets doen, mits de burgers ons niets doen en op afstand blijven en u bij het binnentrekken van de geallieerden voor ons zult bemiddelen,' is het antwoord van de Duitser. Menten heeft nog een toevallige ontmoeting met Ketelaar die uit eigener beweging zijn onderduikadres heeft verlaten. Blijkbaar weten de Duitsers nog niet dat Ketelaar is ondergedoken en zijn evenmin naar hem op zoek.
's Middags in de tuin van het gemeentehuis bespreekt Ketelaar met leden van het verzet de actuele situatie. Die blijkt toch niet zo rooskleurig als die ochtend is gedacht. Er zijn sterke aanwijzingen dat de bevrijders langer op zich zullen laten wachten dan verwacht. Sterker nog, het ziet er steeds meer naar uit, dat ze de komende maanden nog niet zullen komen. Ook gemeente-secretaris Luyten meldt zich op het gemeentehuis. Hij is het die op een gegeven moment twaalf gehelmde Duitsers, met de bajonetten op het geweer, ziet naderen vanuit de richting seminarie.

Iedereen vlucht, ook de burgemeester. De meesten klimmen over het muurtje bij Papöt, roeien daarna met de boot de polder in, en duiken onder in de molen aan de Zijl. Ook wethouder Oudshoorn lukt het zo weg te komen. Ketelaar heeft pech. Allereerst probeert hij, tevergeefs, het huis van de gemeen te bode binnen te komen. Vervolgens wordt hij gegrepen op het moment dat hij achter het gemeentehuis over een muurtje klimt.

Op het gemeentehuis zijn de Duitsers intussen op zoek naar persoonlijke gegevens van Menten. Het hoofd van de gemeente wordt naar het Philosophicum gebracht en ziet daar gemeente-secretaris Luyten, die dus ook is opgepakt. Een scherp verhoor volgt. Hen worden verzonnen beschuldigingen voor de voeten geworpen. In het gemeentehuis zouden wapens liggen en buitenlandse terroristen zijn verborgen. Bovendien waren er illegale blaadjes aangetroffen. Burgemeester Ketelaar, waarschijnlijk zeer gespannen, tekent een verklaring welke men hem voorlegt. Daarna voeren de Duitsers hem weg.

Luyten mag gaan en krijgt het bevel de tekst voor een in het dorp te verspreiden mededeling te typen, waarin staat dat niemand de straat op mag. Gebeurt dat toch, dan zullen er strenge maatregelen worden getroffen. Die avond brengt mevrouw Ketelaar een nog steeds zeer gespannen echtgenoot wat eten. Dit staat nog steeds onaangeroerd als zij de volgende ochtend weer haar man bezoekt. De commandant heeft haar gezegd, dat binnen een paar uur haar man weer vrij zal komen. Er gloort dus weer hoop. Veel tijd om te spreken is niet toegestaan. Een kus....

Een afscheidskus, blijkt al snel. Kort daarop wordt Ketelaar naar de Oude Toren gebracht. Om 9 uur die ochtend is hem zijn doodvonnis voorgelezen. De Sicherheitspolizei komt speciaal voor dit karwei uit Leiden over. De burgemeester moet knielen. Een schot klinkt. De executie is voltrokken. Om 11 uur melden de Duitsers op het gemeentehuis, dat achter de Oude Toren een dode burger ligt, die vóór vijf uur moet worden begraven. Elke demonstratie hierbij zal meedogenloos de kop worden ingedrukt. Gemeentearbeiders Chris Moerkerk en Zevenhoven halen met een brancard de overleden burgemeester op. Zijn eigen werkkamer in het gemeentehuis wordt als rouwkamer ingericht. Bij de begrafenis mag slechts een heel klein groepje aanwezig zijn. Mevrouw Ketelaar, pastoor Oudejans en dokter Walenkamp betuigen de burgemeester de laatste eer.
In het dorp wordt met verbijstering gereageerd op de executie. Dat dit in het rustige Warmond heeft kunnen plaatsvinden. Over de motieven van de Duitsers wordt driftig gespeculeerd.

Er gaan al snel geruchten dat Ketelaar slechts als gijzelaar zou dienen om zodoende Menten te pakken te krijgen. Deze speculaties worden nog gevoed door het feit dat de Duitsers in het gemeentehuis op zoek zijn gegaan naar persoonlijke gegevens over Menten. Er zou zelfs door de Duitsers een boodschap met een ultimatum zijn verspreid, in de hoop dat de welgestelde Warmonder zich uit eigener beweging kwam aanmelden. Maar of dit laatste waar is, en of dan het ultimatum ooit Menten heeft bereikt? Niemand verneemt er het fijne van.
In elk geval neemt wethouder Oudshoorn voorlopig de leiding over het gemeentebestuur in handen. Tot enige tijd later zich een man bij het gemeentehuis meldt die op de fiets is komen aanrijden. Op de lastdrager staat een rieten mand. Hij zegt tegen een ambtenaar achter het loket: 'Ik ben de nieuwe burgemeester.' Zo maakt Warmond voor de eerste keer kennis met NSB 'er Schipper, voormalig fietsenmaker, in de bezettingstijd ook reeds burgemeester geweest van een Drents plaatsje.

 

 

Biprentje (1944)

"Toen de dag der bevrijding scheen aan te lichten, bracht hij het hoogste offer in dienst van het vaderland. Met droefheid en ontsteltenis geslagen sotnden alle die hem kender, eerden en liefhebben. De slag was zwaar voor zijn Gemeente en voor zijn gezin. Als een vader vervulde hij zijn taak van burgemeester, waakte rustelooos met angsvallige zorg over ieders belangen, lenigde naar best vermogen ieders nood. Zijn meest liefhebbende zorgen wijdde hij aan zijn vrouw en lieve kinderen, wier geluk hem boven alles ter harte ging en bij wie alleen hij zijn rust en genoegen vond."